Vermoeden van dyslexie?

En hoe nu verder?

Vermoeden van dyslexie?

Wanneer uw zoon of dochter nog op de basisschool zit en het vermoeden bestaat dat uw kind dyslexie heeft, is het raadzaam om met school een afspraak te maken om samen de gegevens van het leerlingvolgsysteem van uw kind te bespreken om zodoende vast te stellen of een dyslexieonderzoek raadzaam is. Bespreek met de leerkracht(en) wat zij precies zien in de klas en wat u als ouder(s) thuis op het gebied van lezen en spellen ziet. Ga na wat het concrete lees- en spellingniveau is, wat de resultaten op toetsen zijn en bespreek wat er al extra wordt gedaan om het probleem samen met uw kind aan te pakken. Als blijkt dat er ondanks alle extra hulp onvoldoende vooruitgang zichtbaar is, is een onderzoek naar dyslexie misschien op zijn plaats.

Bij de vaststelling van mogelijke dyslexie en leesproblemen fungeert de basisschool namelijk als ‘Poortwachter'. Dat betekent dat u alleen voor een vergoed dyslexieonderzoek in aanmerking kunt komen als de school van mening is dat een dyslexieonderzoek raadzaam is. Is er twijfel of is de school van mening dat er onvoldoende aanleiding is voor een vergoed dyslexieonderzoek, dan adviseren wij u om toch altijd contact op te nemen met een gespecialiseerde zorgaanbieder. Het gaat ten slotte om uw kind en bovendien kunnen er altijd redenen of oorzaken zijn waarom er geen vermoeden van dyslexie is. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van hoogbegaafdheid of omdat uw kind gewoon heel erg hard werkt.

Wanneer uw zoon of dochter al op het Voorgezet Onderwijs zit, komt u helaas niet meer in aanmerking voor een vergoed dyslexieonderzoek en ook de dyslexiebehandeling wordt niet vergoed. U vindt hier meer informatie over de kosten van een particulier dyslexieonderzoek.

Wat kunt u doen?

Dat dyslexie aangeboren is, betekent niet dat er niets aan gedaan kan worden. Los van het feit of er sprake is van dyslexie, hier een aantal tips om direct mee aan de slag te gaan:

  1. Leesplezier moet voorop staan. Laat het presteren los.
  2. Laat kinderen bepalen wat zij willen lezen, het niveau van de tekst is hierbij minder belangrijk. Ook wat voor soort tekst het is, maakt niet uit. Een strip, tijdschrift, moppenboekjes etc. mogen allemaal.
  3. Creëer met het oefenen een gezellig moment, waarbij uw kind zich op het gemak voelt.
  4. Het is beter om iedere dag 10 minuten samen te lezen, dan twee keer per week een half uur.
  5. Geef complimenten wanneer het lezen goed gaat en leg niet de nadruk op fouten. Geef uw kind de tijd om zijn fout zelf te ontdekken. Help uw kind door de eerste klank of een deel van het woord voor te zeggen.
  6. Door samen te lezen (om en om een zin of alinea) of voor te lezen kan uw kind ervaren hoe leuk een boek kan zijn.