Signalen van latere leesproblemen in groep 1 en 2

Wat kun je als kleuterleerkracht doen?

Vroeg signaleren van (latere) leesproblemen in groep 1 en 2

Voor een kleuterleerkracht is het belangrijk om de ontwikkeling van de vroege geletterdheid bij de leerlingen te volgen. Leerlingen met dyslexie kunnen namelijk in de kleuterleeftijd al bepaalde signalen vertonen die moeilijkheden met lezen voorspellen. Belangrijke voorspellers van lees- en spellingproblemen zijn genetische factoren, spraak-taalontwikkeling, fonologisch en fonemisch bewustzijn en letterkennis.

Dyslexie en erfelijkheid

Dyslexie komt in sommige families vaker voor. Dit duidt op een mogelijke genetische oorzaak. De leesvaardigheid heeft namelijk een hoge erfelijkheidscoëfficiënt: 40- 80% van de variantie in leesvaardigheid kan naar schatting worden verklaard door genetische factoren.

Dyslexie en spraaktaalproblemen

Ook zijn spraaktaalproblemen, waaronder het slecht uitspreken van woorden, moeite met het maken van zinnen, articuleren en een trage spraakontwikkeling risicofactoren. Er bestaat namelijk een duidelijk verband tussen taalvaardigheden en leesvaardigheden. Een groot aantal van de leesproblemen zijn toe te schrijven aan taalproblemen.

Uit onderzoek van Catts (1999) bleek dat 73% van de slechte lezers in groep 4 problemen had met de spraak-en taalontwikkeling als kleuter. Ander onderzoek van Catts concludeert, dat kinderen met spraak-/taalproblemen een vijf keer zo groot risico lopen om leesproblemen te ontwikkelen.

Problemen op het gebied van de mondelinge taalvaardigheid hebben een negatieve invloed op het fonemisch bewustzijn. Een minder goed ontwikkeld fonemisch bewustzijn is weer negatief van invloed op het leren lezen. Binnen de mondelinge taalvaardigheid speelt ook de woordenschat een grote rol. Kennis van het woord, is noodzakelijk voor het direct kunnen herkennen van die vorm. Kleuters met een zwakke woordenschat hebben daarom extra aandacht nodig. Niet alleen om het (latere) technisch lezen te faciliteren, maar ook voor het bevorderen van taalbegrip.

Dyslexie en fonemisch bewustzijn

Het is verstandig om leerlingen in de gaten te houden die moeite hebben met activiteiten die een beroep doen op het fonologisch en fonemisch bewustzijn:

  • Auditieve analyse
  • Auditieve synthese
  • Foneemmanipulatie: het verklanken van een woord als bepaalde klanken worden weggelaten of toegevoegd. Bijvoorbeeld: als van het woord ‘zon’ de ‘z’ weggehaald wordt, welk woord houden we dan over?
  • Foneemidentificatie: een bepaalde klank herkennen in een woord. Een voorbeeld is: op welk plaatje is een woord dat begint met de ‘z’ van ‘zon’ te zien?

Naast moeilijkheden met bovenstaande activiteiten, kunnen leerlingen die eind groep 2 weinig letters kennen (de letter-klankkoppeling komt niet van de grond) in groep 3 problemen krijgen met het aanvankelijke leesproces.

Buiten de bovenstaande bevindingen geven leerkrachten zelf vaak aan dat leerlingen die later leesproblemen krijgen, de volgende kenmerken vertonen:

  • Moeite met het onthouden van namen
  • Moeilijkheden met het onthouden en ophalen van de dagen in de week.
  • Ordeningsproblemen (bijvoorbeeld objecten in een juiste ordening plaatsen)
  • Problemen met de woordvinding

Dyslexie en preventief leesbeleid

Naast het (her)kennen van deze signalen is de vraag hoe effectief te handelen. Belangrijk is dan ook om in groep 1-2 een preventieve aanpak te hanteren en het onderwijs zo vorm te geven dat er voldoende tijd en aandacht wordt besteed aan mondelinge taal, woordenschat, fonologisch en fonemisch bewustzijn en letterkennis.