Signaleren van leesproblemen in groep 4 t/m 8

De woordherkenning blijft achter

Signaleren van leesproblemen in groep 4 t/m 8

In groep 4 tot en met 8 worden steeds hogere eisen gesteld aan de lees- en schrijfvaardigheden van de leerlingen. Veel van de signalen die genoemd zijn in groep 3, worden ook teruggezien bij het voortgezet lezen en/of spellen. De woordherkenning blijft achter, waardoor het tempo bij kinderen met leesproblemen traag is. Aangezien er ook steeds meer schoolvakken bijkomen waar lezen een belangrijke rol speelt (bijvoorbeeld bij wereldoriëntatie), ervaren de leerlingen vaak ook meer last van hun leesproblemen. Daarnaast is het vlot en nauwkeurig lezen belangrijk voor het begrijpen van teksten. Hierdoor kunnen de leerlingen met leesproblemen onderpresteren bij vakken als begrijpend lezen. Aangezien het technisch lezen van het verhaal veel aandacht vergt, kost het hen meer moeite om ook de tekst goed te begrijpen. Soms raken leerlingen zo gedemotiveerd om te lezen, dat ze lezen proberen te vermijden.

Compenseren met voorkennis

Bij leerlingen met leesmoeilijkheden gaat het lezen van teksten vaak beter dan losse woorden. Dat komt doordat leerlingen kunnen compenseren met hun voorkennis en de context van het verhaal. Belangrijk is daarom om vooral naar de resultaten op de woordleestoetsen te kijken.

Automatiseren is onvoldoende

Leerlingen met spellingmoeilijkheden vallen op doordat zij spellingregels onvoldoende automatiseren. Daarnaast worden er hardnekkige fouten in basale spelling gemaakt, bijvoorbeeld klanken worden omgewisseld ende woorden worden fonetisch geschreven. Leerlingen met spellingproblemen maken veel fouten in ‘vrije schrijfsels’ en ook cito toetsen vallen vaker uit, omdat de methodegebonden toetsen worden afgenomen nadat de (nieuwe) spellingwoorden veelvuldig zijn ingeoefend. Bij cito toetsen wordt weer teruggegrepen naar eerdere spellingcategorieën.

Bij het spellen zien we daarnaast ook in de werkhouding van kinderen met, mogelijk dyslexie, signalen, zoals impulsief woorden opschrijven, de woorden niet controleren enzovoorts. Leerlingen kunnen vaak ook onvoldoende aangeven welke spellingregels in het woord toegepast moeten worden.

Welke signalen

Samenvattend is het belangrijk om op de volgende signalen te letten:

  • Traag spellend of radend lezen van woorden
  • Het lezen van teksten verloopt minder vloeiend
  • Demotivatie of vermijdingsgedrag bij het lezen
  • Weinig leesplezier
  • Zwakke woordherkenning
  • Traag lezen bij stillezen
  • Vaak extra tijd nodig bij proefwerken
  • Klanken worden fout gelezen of verwisseld
  • Basale spellingregels worden onvoldoende toegepast
  • Klankverwisselingen of weglatingen bij het schrijven van woorden
  • Fonetisch schrijven
  • Onvoldoende kennis van spellingregels; weinig spellingbewustzijn
  • Weinig inzicht in de opbouw van de spelling