Wat kun je als ouder(s) doen!
Op het voortgezet onderwijs wordt er een nog groter beroep gedaan op de lees- en schrijfvaardigheden van uw kind. Zo moet het grote hoeveelheden tekst verwerken, veel schrijven en veel (verschillende soorten) informatie onthouden en automatiseren (zoals bijvoorbeeld formules, jaarallen, topografie en symbolen). Daar komt bij dat uw kind naast de Nederlandse taal nu ook een aantal vreemde talen moet leren.
Soms hebben kinderen door hun intelligentie of door heel hard te werken op de basisschool één en ander kunnen compenseren, maar vallen ze op het voortgezet onderwijs door de mand. Zo kan het zijn dat uw kind veel tijd nodig heeft om de grote hoeveelheden tekst te verwerken of moeite heeft met het onthouden en automatiseren van de geleerde stof. Bij het eigen maken van de vreemde talen kan het zijn dat uw kind moeite heeft met het verstaan van de snelle spraak en het lezen, uitspreken en schrijven van de woorden. Dit alles kan demotiverend werken voor uw kind en ervoor zorgen dat het zichzelf ‘dom’ voelt en school als een steeds grotere opgave gaat zien.
Dyslexie en leren
Voor het leren in het algemeen is het belangrijk om actief met de stof aan de slag te gaan. Zet de computer in voor extra oefening en maak bijvoorbeeld samenvattingen met behulp van mindmaps. Met behulp van een mindmap kan de structuur van de stof beter worden doorzien en is het bovendien makkelijker om de stof te onthouden. Deel bij het lezen en leren grote stukken op in kleinere stukken en zorg voor veel herhalingsmomenten. Op internet staan meer tips met betrekking tot de studievaardigheden.
Dyslexie en vreemde talen
Voor het leren van de vreemde talen kan al in de bovenbouw van het basisonderwijs gebruik worden gemaakt van ‘De Opstapboekjes’ van uitgeverij Betelgeuze. Hiermee kan uw kind worden voorbereid op de verschillende vreemde talen. Er wordt hierin o.a. aandacht besteed aan de klanktekenkoppeling en de hoofdbeginselen van de spelling van het Engels en Frans. Ook worden verschillende leerstrategieën besproken.
Bij het leren van de vreemde talen is het belangrijk om:
- Meerdere kanalen te gebruiken (lezen, schrijven, horen, uitspreken).
- De klanktekenkoppeling in de desbetreffende taal goed te automatiseren. Leg deze bijvoorbeeld vast met behulp van kapstokwoorden.
- Te zorgen voor een toename van analogiebewustzijn door extra aandacht te besteden aan bekende woorddelen (zoals vaste achtervoegsels als –able/–ly) en steeds terugkerende lettercombinaties zoals –igh door deze te markeren.
- Woordjes niet alleen fonologisch (op klank) te leren, maar ook de goede uitspraak te leren omdat woorden anders niet worden herkend in een luistertoets. Om meer vertrouwd te raken met een taal kan gebruik worden gemaakt van films, tijdschriften en songteksten in de desbetreffende taal.
- Leer woordjes bijvoorbeeld via de ‘expanding-rehearsel-methode’. Ga bij een rijtje woorden als volgt te werk: leer de eerste vier woorden net zolang tot ze bekend zijn. Leer vervolgens de volgende vier woorden. Controleer of de woorden 1-8 bekend zijn. Leer de woorden die nog niet bekend zijn opnieuw. Leer vervolgens de woorden 9-12. Controleer of de woorden 1-12 bekend zijn en herhaal deze procedure steeds met een uitbreiding van 4 woorden. Hierbij is het van belang dat de woorden hardop worden geverbaliseerd en tevens worden opgeschreven.
Vermoeden van dyslexie?
Mocht u als ouder van een VO-leerling het vermoeden hebben dat er mogelijk sprake is van dyslexie, dan kunt u verschillende acties ondernemen. Want mocht het inderdaad zo zijn dat er sprake is van dyslexie, dan heeft uw kind recht op verschillende hulpmiddelen en extra faciliteiten. Wat mogelijk nog belangrijker is, is dat uw kind door de diagnose dyslexie ook beter begrijpt waardoor het leren in het algemeen, het leren van de vreemde talen en het verwerken van grote stukken tekst vaak moeizaam gaat. Uw kind kan daar dan specifieke begeleiding voor krijgen.
De acties die u kunt ondernemen
- Vraag na of er in de brugklas een dyslexie signalering plaatsgevonden heeft en wat de resultaten hiervan waren.
- Ga in gesprek met de mentor en vakdocent(en) over wat zij concreet zien in de klas.
- Vraag indien mogelijk toetsgegevens van de basisschool op en let dan vooral op de DMT en/of spellingresultaten in combinatie met de resultaten op overige vakgebieden.
Aanleiding voor een dyslexieonderzoek
Wanneer bovenstaande acties aanleiding geven tot een dyslexieonderzoek, dan kunt u uw kind bij ons aanmelden voor een particulier dyslexieonderzoek. Blijkt uit het onderzoek dat er inderdaad sprake is van dyslexie, dan wordt een dyslexieverklaring afgegeven door de onderzoeker en regiebehandelaar. Op deze dyslexieverklaring wordt aangegeven dat uit onderzoek is gebleken dat er bij uw zoon of dochter sprake is van dyslexie en worden de mogelijke compenserende en dispenserende maatregelen beschreven. Meer informatie over compenserende en dispenserende maatregelen vindt u bij dyslexieverklaring, ‘hulpmiddelen’ en het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs.
Het is wettelijk vastgelegd waarop een VO leerling met dyslexie recht heeft en de school van uw kind kan u hier meer over vertellen. Het is wel van belang dat u samen met school met enige regelmaat kijkt naar de individuele ondersteuningsbehoeften van uw kind. Deze zijn namelijk per kind/leerling verschillend en kunnen bovendien gedurende de schoolloopbaan veranderen.
Vaststellen van dyslexie
Het vaststellen van dyslexie bij leerlingen op het voortgezet onderwijs, verloopt in grote lijnen hetzelfde als bij leerlingen in het basisonderwijs. Ook hierbij wordt getoetst op achterstand, ernst en didactische resistentie. Het criterium van didactische resistentie (hardnekkigheid van de problematiek) houdt in dat extra (individuele) begeleiding op het gebied van technisch lezen en/of spelling niet of nauwelijks tot vooruitgang heeft geleid en er dus ondanks de extra begeleiding een significante achterstand blijft bestaan ten opzichte van leeftijdsgenoten en/of opleidingsgenoten.
Bij leerlingen in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs kan deze didactische resistentie worden aangetoond door middel van extra begeleiding op zorgniveau 2 en 3, gedurende minimaal een half jaar. Wanneer deze extra begeleiding nauwelijks leidt tot enige verbetering, dan is hiermee de didactische resitentie aangetoond. Wanneer nog geen extra ondersteuning heeft plaatsgevonden, moet deze eerst worden geboden alvorens eventuele dyslexie kan worden vastgesteld.
Sinds de invoering van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling in 2006 is er veel meer aandacht voor de leerstoornis dyslexie. Zowel in het basisonderwijs als in de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn de betrokken onderwijsprofessionals alert op de signalen van dyslexie, hebben zij kennis over de verschillende zorgniveaus en interventies die kunnen worden ingezet en weten zij aan welke voorwaarden voldaan moet worden om voor een dyslexieonderzoek in aanmerking te komen. Om deze reden nemen wij ook alleen aanmeldingen tot en met de 2e klas van het voortgezet onderwijs in behandeling. Wanneer een leerling bij ons wordt aangemeld, beoordeelt een regiebehandelaar de aanmelding en het dossier op haalbaarheid. Wanneer niet aan de voorwaarden voor ernst en hardnekkigheid wordt voldaan, wordt de aanmelding afgewezen.