Wat is dyslexie nu precies?

Lees- en spellingproblemen versus (ernstige enkelvoudige) dyslexie

Wat is dyslexie nu precies?

Uit een dyslexieonderzoek bij een kind of jeugdige kan blijken of er sprake is van lees- en/of spellingproblemen, dyslexie of Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Wat is nu het verschil tussen deze drie?

Lees- en/of spellingproblemen

Niet bij alle kinderen ontwikkelt het lezen en/of spellen zich even makkelijk. Er is sprake van een lees- en/of spellingprobleem als wordt gesignaleerd dat een kind lager dan verwacht scoort op de toetsen op school. Kinderen met leesproblemen vallen vooral op als zij hardop moeten lezen. Ze lezen vaak middels ‘hakken en plakken’, spellend of radend en niet vloeiend. Ze schrijven slordig, schrijven woorden op het gehoor (fonetisch) en maken in dictees veel fouten. Ze automatiseren de letters niet, halen letters door elkaar of spiegelen letters (b/d).

Leesproblemen kunnen worden onderverdeeld in:

  1. Automatiseringsproblemen: moeite met het herkennen en leren van letters.
  2. Fonologische problemen: woorden worden spellend gelezen en/of er worden geen goede woorden gevormd. De leerling heeft moeite met de klankverwerking en verwisselt klanken/letters en laat klanken of klankgroepen weg of voegt ze toe aan woorden.
  3. Spellende leesstijl: woorden worden correct spellend gelezen, maar er is geen directe woordherkenning waardoor het lezen langzaam gaat.
  4. Radende leesstijl: woorden worden niet goed gelezen; niet alle letters worden (correct) gedecodeerd, er wordt geraden naar wat er staat.
  5. Problemen in leesvloeiendheid: woorden worden nauwkeurig, maar traag gelezen.

Kinderen met lees- en/of spellingproblemen ervaren weinig leesplezier en hebben minder zin om naar school te gaan. Als een kind zichzelf als een slechte lezer gaat zien, vermindert de motivatie om te lezen en het leesplezier. Faalervaringen leiden ertoe dat het kind minder leest (“Wat ik ook doe, het lukt toch niet”) wat weer tot minder leesontwikkeling leidt en een langzamere ontwikkeling van de woordenschat. Ondertussen wordt het tekstaanbod in de klas te moeilijk en raken ze achterop. Ook kan het zijn dat een kind duidelijk het verschil ziet met wat het zelf kan en wat klasgenoten kunnen, waardoor gevoelens van schaamte en gedachtes als ‘ik ben dom’ kunnen ontstaan. Dit maakt dat ze uiteindelijk minder zin hebben om naar school te gaan.


goede lezers lezen veel woorden per jaar

Hulpgids dyslexie door Sally Shaywitz (2003, Ned. vertaling 2005), blz. 103

De zwakste lezers, (<10%/8000 woorden/ <1 min/dag) zouden een jaar nodig hebben om te lezen wat de beste lezers in twee dagen aankunnen.

Als er problemen worden gesignaleerd, is het belangrijk dat er extra begeleiding wordt ingezet. Sommige leerlingen met lees-/spellingproblemen lopen hun achterstand weer in na een periode van effectieve begeleiding. Als blijkt dat deze problemen na een periode van intensieve begeleiding (grotendeels) verdwijnen en de achterstand is ingelopen, dan was er inderdaad sprake van een probleem maar kan niet gesproken worden van een specifieke leerstoornis als dyslexie. Wanneer er ondanks de extra begeleiding op school en het harde werken thuis geen vooruitgang in het lezen en/of spellen lijkt te zitten en de lees- en/of spellingproblemen blijven bestaan is er mogelijk sprake van dyslexie.

Dyslexie

De definitie van dyslexie volgens Stichting Dyslexie Nederland luidt als volgt: ‘Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking' (SDN 2016).

Dyslexie is een aangeboren en erfelijk bepaalde leerstoornis met een neurologische basis, waarbij de kern van het probleem ligt in het vlot lezen en spellen van woorden. Een leerling die één ouder heeft met dyslexie, heeft 40 tot 50% kans ook aanleg te hebben voor dyslexie. Als beide ouders dyslexie hebben, ligt dit percentage rond de 80%. Dyslexie komt voor bij ca. 4% van de mensen en het is dus aannemelijk dat er in een schoolklas meerdere kinderen met dyslexie zitten.

Bij kinderen met dyslexie blijven de resultaten voor lezen en/of spellen duidelijk achter ten opzichte van de andere schoolvakken, in vergelijking met leeftijdsgenootjes en wat je gezien de intelligentie van het kind mag verwachten.

Bovendien verdwijnen de lees- en/of spellingproblemen niet na een periode van intensieve begeleiding. De problemen zijn zeer hardnekkig, oftewel didactisch resistent. Een kind met dyslexie zal wel vooruit gaan, maar laat geen inhaalslag zien. Er blijft altijd een zekere achterstand bestaan en een kind met dyslexie blijft problemen ondervinden met lezen en schrijven: dyslexie heb je voor het leven (zie ook van der Leij, 2003). In de schoolpraktijk betekent dit dat leerlingen met (ernstige enkelvoudige) dyslexie vaak zwak blijven presteren op de lees- en spellingtoetsen.

Deze hardnekkigheid is een belangrijk kenmerk van dyslexie en vormt een essentieel criterium in het dyslexieonderzoek. Van hardnekkige problematiek ofwel didactische resistentie kan worden gesproken als extra, planmatige en intensieve didactische maatregelen en remediёringsinspanningen nauwelijks leiden tot een verbetering van de lees-/spellingvaardigheid. De hardnekkigheid moet dan ook over een langere periode met herhaalde testafnames worden aangetoond, namelijk wanneer een leerling nauwelijks vooruitgang boekt op genormeerde toetsen gedurende ten minste een half jaar intensieve begeleiding. Om de hardnekkigheid van de problematiek aan te kunnen tonen, moet deze intensieve begeleiding bestaan uit twee interventieperioden van elk minimaal twaalf effectieve weken, uitgevoerd door een bevoegd begeleider. De begeleiding beslaat ten minste 60 minuten per week, verdeeld over meerdere dagen waarbij wordt gewerkt met een planmatige, effectief gebleken aanpak. Dit betreft begeleiding op zorgniveau 3.

Naast de lees- en/of spellingproblemen is er bij deze leerlingen meestal sprake van een dyslexie typerend cognitief profiel: een zwakte op het gebied van de klanktekenkoppeling, de fonologische verwerking en/of een lage benoemsnelheid.

Er kan alleen gesproken worden van dyslexie als de problemen met lezen en/of spellen niet op een andere manier verklaard kunnen worden, denk hierbij aan aandacht- en concentratieproblemen, langdurende gehoorproblemen, beperkt taal-/onderwijsaanbod of een laag intelligentieniveau.

De mate waarin een kind last heeft van de problematiek, is afhankelijk van zijn leeftijd, het onderwijsaanbod en de intellectuele mogelijkheden om de lees-/spellingproblemen te compenseren.

wat is dyslexie

Samengevat is dyslexie dus een aangeboren stoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig/didactisch resistent probleem met het aanleren en goed en/of vlot toepassen van lezen en/of spellen op woordniveau. Er is sprake van een discrepantie tussen de lees- en spellingvaardigheden en scores op andere vakgebieden, er is meestal sprake van een dyslexietyperend cognitief profiel en er zijn geen andere verklaringen voor de lees- en/of spellingproblemen.

Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) en het protocol EED

Als er sprake is van ernstige lees- en/of spellingproblematiek , kan een leerling in aanmerking komen voor specialistische (vergoede) zorg. Dit bestaat uit een vergoed dyslexieonderzoek en indien geïndiceerd een dyslexiebehandeling. Om ernstige enkelvoudige dyslexie vast te stellen moeten de lees- en/of spellingproblemen ernstig en hardnekkig zijn. Dit moet blijken uit het leerlingdossier dat door school wordt ingevuld. In het dyslexieonderzoek wordt het lees- en spellingniveau ook onderzocht. Daarnaast moet er sprake zijn van een dyslexie typerend cognitief profiel en indien er geen andere bijkomende problemen zijn aangetoond, kan de diagnose ernstige enkelvoudige dyslexie worden gesteld. Binnen de vergoede dyslexiezorg wordt het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (PDD&B) van Blomert aangehouden.


Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (PDD&B) van Blomert

In 2006 verscheen het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling van L. Blomert. In 2013 is deze eerste versie herzien door het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en hernoemd tot Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (PDD&B) 2.0. Het protocol is binnen de dyslexiezorg een leidraad voor het diagnosticeren, indiceren en behandelen van leerlingen met dyslexie. Het doel van het protocol is dat de zorg voor leerlingen met dyslexie optimaal is en gebaseerd is op de huidige wetenschappelijke inzichten rondom dyslexie. In het protocol staat hoe dyslexieonderzoek en dyslexiebehandeling vorm kan worden gegeven. Doordat veel orthopedagogen en psychologen dit protocol aanhouden, wordt uniformiteit en de kwaliteit van de dyslexiezorg steeds hoger. Veel van de dyslexiezorgaanbieders zijn daarom ook aangesloten bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut voor Dyslexie (NKD). Voor het leveren van vergoede dyslexiezorg is het volgen van het protocol en het hebben van het kwaliteitskeurmerk van het NKD een vereiste. Als je als ouder een kwalitatief goede zorgaanbieder zoekt, kun je bij het NKD terecht.