Een dyslexieverklaring, en nu?

Een dyslexieverklaring is maatwerk

De dyslexieverklaring

Als uit het dyslexieonderzoek blijkt dat er sprake is van dyslexie, dan wordt een dyslexieverklaring afgegeven door de onderzoeker én de hoofdbehandelaar. In deze dyslexieverklaring wordt vermeld dat uit het onderzoek is gebleken dat er sprake is van dyslexie (of ernstige, enkelvoudige dyslexie) en worden de mogelijke compenserende en dispenserende maatregelen beschreven.

Compenserende maatregelen zijn middelen of extra ondersteuning die leerlingen helpen bij het lees- en of spellingproces. Voorbeelden van deze maatregelen zijn:

  • extra tijd bij toetsen waar veel gelezen moet worden
  • gebruik van spellingkaarten
  • minder zwaar aanrekenen van spelfouten
  • gebruik mogen maken van dyslexiesoftware

Dispenserende maatregelen gaan verder dan compenserende maatregelen. Voorbeelden van de maatregelen zijn:

  • vrijstelling voor bepaalde lees- of schrijftaken
  • vrijstelling voor bepaalde vakken
  • leerling hoeft niet meer hardop te lezen en/of op het bord te schrijven (of de leerlingen moet dit zelf wel willen)
  • overhoring of toets wordt mondeling afgenomen in plaats van schriftelijk

Geen standaard dyslexieverklaring

Een dyslexieverklaring is niet standaard. Dat wil zeggen dat in elke dyslexieverklaring alleen de maatregelen worden beschreven die voor deze specifieke leerling van belang zijn. De laatste tijd zien we dat scholen voor Voortgezet Onderwijs vragen om de dyslexieverklaring opnieuw te beoordelen, zeker als deze al langere tijd geleden is afgegeven. Een dyslexieverklaring is onbeperkt geldig – dyslexie heb je voor het leven – maar een leerling op het Voortgezet Onderwijs heeft vaak andere ondersteuningsbehoeften dan een leerling op de basisschool. Daarom vragen scholen voor in het Voortgezet Onderwijs vaak een herbeoordeling van de dyslexieverklaring aan wanneer deze al langere tijd geleden, bv op de basisschool, is afgegeven. Dit is een logische en verstandige stap om opnieuw naar de mogelijkheden voor compensatie en dispensatie te kijken.

Dyslexieverklaring en eindexamen

Bij het eindexamen heeft een leerling met een dyslexieverklaring recht op auditief aangeboden (gesproken) examens en dertig minuten meer tijd. Over alle andere voorzieningen beslist de directie van de betreffende school. Over het algemeen is een school redelijk vrij om te bepalen welke compenserende maatregelen getroffen worden bij zorgleerlingen, mits dit goed wordt onderbouwd richting de schoolinspectie.

Mogelijke gevolgen van dyslexie

Ernstige lees-/spellingproblemen kunnen grote gevolgen hebben voor de betreffende leerling:

  • Doordat deze kinderen vaak minder lezen, blijft de ontwikkeling van de woordenschat achter.
  • Door een laag leestempo (met of zonder veel leesfouten) kunnen problemen ontstaan bij zaakvakken als aardrijkskunde en geschiedenis waarbij veel gelezen moet worden. Ook zijn er gevolgen voor het leesbegrip zelf. Als het technisch leesproces nog zoveel aandacht vraagt, is het moeilijk de lijn van het verhaal te ontdekken, vast te houden en de tekst de begrijpen. Omdat kinderen met leesproblemen vaak meer tijd nodig hebben voor het lezen en leren van leerstof is het van groot belang dat ze efficiënte leerstrategieën aangeleerd krijgen.
  • Spellingproblemen zijn het meest zichtbaar in schrijfopdrachten waarbij de nadruk niet zozeer op de spelling ligt. Kinderen met dyslexie kunnen zich niet tegelijk op zowel de opbouw, inhoud als spelling richten.
  • Leerlingen met (ernstige) spellingproblemen maken hardnekkige en veel basale spellingfouten en hebben automatiseringsproblemen. Zo kan het voorkomen dat zij een bepaald woord op één pagina op verschillende manieren spellen. Het schrijven en formuleren van zinnen kost boven vaak veel tijd.
  • De problemen van dyslectische leerlingen blijven vaak echter niet beperkt tot het (technisch) lezen en schrijven. Dyslexie heeft invloed op het hele cognitieve functioneren en de informatieverwerking. Kinderen met dyslexie hebben problemen met de fonologische verwerking van taal door de hersenen, waarbij de verwerking van spraakklanken een belangrijke rol speelt. Doordat ze hier meer moeite mee hebben en zich dus meer moeten inspannen om de spraakklanken te verwerken, hebben ze meer last van achtergrondgeluiden (zoals andere stemmen, verkeerslawaai, muziek) bij het luisteren naar taal.
  • De problemen met de verwerking van spraakklanken in de gesproken taal komen onder andere tot uitdrukking in het werkgeheugen. In het werkgeheugen vinden belangrijke leesprocessen plaats, zoals het decoderen van woorden en het herkennen van woorden terwijl je onthoudt wat je al hebt gelezen. Dyslectici ervaren problemen met het werkgeheugen bij taken die een talige verwerking vragen. Dit kan verklaard worden door een geringe capaciteit van de fonologische lus in het werkgeheugen die verantwoordelijk is voor het vasthouden van talige informatie. Dit maakt luisteren erg lastig, zeker wanneer het erg snel gaat.
  • Daarnaast zijn er aanwijzingen dat bij zwakke lezers naast de fonologische lus ook het centrale verwerkingssysteem van het werkgeheugen wat beperkter is van capaciteit. In dit systeem vindt het denken over, redeneren over en beoordelen van informatie plaats. Dit heeft weer gevolgen voor het leesbegrip en het probleemoplossend vermogen.
  • In het spreken zelf worden vaak woordvindingproblemen ervaren en hebben kinderen moeite om voorgezegde zinnen correct te herhalen. Verder hebben slechte lezers meer moeite met rijmen, waardoor het onthouden van leerstof middels een rijmpje minder effectief blijkt.
  • Wanneer de lees- en spellingproblemen niet worden gezien, kunnen problemen op sociaal-emotioneel gebied ontstaan. Zo kunnen lees- en/of spellingproblemen voor de nodige frustratie zorgen, hetgeen kan leiden tot emotionele of gedragsproblemen. Niet goed kunnen lezen of spellen kan bij een kind leiden tot een negatief zelfbeeld en een afname van de lees- en schrijfmotivatie.

Om een zo hoog mogelijk niveau van geletterdheid te bereiken, is het vergroten van de lees- en spellingvaardigheden noodzakelijk. Leerlingen met dyslexie hebben moeite met het herkennen van patronen in woorden en teksten. Ze hebben behoefte aan expliciete instructie waarbij leerstof en lees- en spellingvaardigheden stap voor stap en systematisch worden aangeboden, gebruik makend van meerdere modaliteiten. Leerstof moet daarom zowel visueel als auditief worden aangeboden om de koppeling tussen beide (lezen en spellen) te versterken.

Wanneer er daarnaast sprake is van woordvindingsproblemen en (werk)geheugenproblemen leidt dit veelal tot een moeizamere behandeling. Bij het opstellen van de behandeldoelen en de vormgeving van de dyslexiebehandeling moet hier rekening mee gehouden worden. Bovendien moet bij een behandeling ook rekening gehouden worden met sociaal-emotionele factoren zoals bijvoorbeeld spanning, faalangst of een negatief zelfbeeld. Deze kunnen namelijk van invloed zijn op het behandelrendement en de leermotivatie van de leerling.

Meer informatie over de dyslexiebehandeling vindt u hier.