Mondelinge taalvaardigheid

voor groep 1 en 2

Mondelinge taalvaardigheid

Een goede mondelinge taalvaardigheid is van belang bij het (latere) leren lezen. De rol van de leerkracht hierbij is heel belangrijk. Een leerkracht die de taalontwikkeling van de leerlingen stimuleert, schept een veilig klimaat, zodat de leerlingen ook graag willen en durven praten. Om te werken aan het verbeteren van de mondelinge taalvaardigheid zijn de volgende drie principes van interactie van belang:

  • Taalaanbod: de leerkracht zelf praat veel (in kwalitatief goed Nederlands), verwoordt wat hij/zij zelf doet en wat de leerlingen doen
  • Taalproductie: de leerlingen krijgen veel kansen om te praten op eigen initiatief over dingen die zijn interessant of belangrijk vinden
  • Feedback: de leerkracht herhaalt de taaluitingen van de leerling in een gecorrigeerde vorm. Op die manier krijgen de leerlingen reacties op hun taal

Interactievaardigheden

  • verwoorden van de handelingen
  • beschermen van beurten (verschillende kinderen aan het woord laten)
  • zorg voor ruimte: stiltes laten vallen, minder vragen stellen
  • doorspelen van beurten
  • accepteren van de kijk van kinderen
  • de leerlingen aan het denken zetten door het doen van prikkelende beweringen: bijvoorbeeld ‘komt er melk uit jouw sinaasappel?
  • door middel van vragen ingaan op de inhouden van wat de leerlingen zeggen
  • erachter komen wat het kind bedoelt
  • herverwoorden of parafraseren van wat de leerlingen zeggen